HOME NIEUWS SPONSORS | FOTO'S VIDEO
E85 BIO-ETHANOL
BAS KOETEN RACING
Het rijden op E85    |    Factsheets bio-ethanol

Impact op de uitstoot van broeikasgassen
Een mengsel van benzine met 85% bio-ethanol (E85) zorgt – in vergelijking met benzine - voor een vermindering van 70% van broeikasgassen voor elke gereden kilometer.

Impact op de luchtkwaliteit
Het gebruik van biobrandstoffen in zuivere vorm of vermengt met benzine en diesel verbetert de luchtkwaliteit.

  • Het toevoegen van bio-ethanol aan benzine reduceert de emissie van CO-deeltjes, koolwaterstoffen en SO2 (International Energy Agency).
  • Het toevoegen van bio-ethanol aan benzine reduceert de emissie van de meest giftige luchtverontreinigende stoffen, zoals benzeen, butadeen en tolueen tot 30% (International Energy Agency).
  • Uit een groeiende hoeveelheid gegevens en empirische tests blijkt dat ethanol beter is voor de ozonlaag en de luchtkwaliteit op aarde.

Impact op de energieafhankelijkheid
Het gebruik van biobrandstoffen draagt bij aan de vermindering van de afhankelijkheid van ruwe olie.

Impact op de energie-efficiëntie
Biobrandstoffen hebben een betere energiebalans dan fossiele brandstoffen. Ten opzichte van gasolie en benzine wordt door het gebruik van biobrandstof op primaire en fossiele energie bespaard.

  • Een mengsel van benzine en 85% bio-ethanol (E85) bespaart, vergeleken met zuivere benzine, 17% primaire energie voor elke gereden kilometer.
  • Een mengsel benzine met 85% bio-ethanol (E85) bespaart, vergeleken met zuivere benzine, 36% fossiele energie voor elke gereden.
  • Een mengsel van benzine met 85% bio-ethanol (E85) heeft een positieve fossiele energie-efficiëntie, het bevat 26% meer energie dan de fossiele energie die wordt verbruikt voor de productie en distributie ervan.
  • De energie-efficiëntie van E85 is superieur aan die van benzine, omdat het mengsel met slechts 3,5% meer primaire energie wordt geproduceerd en verdeeld dan het bevat.

Impact op de biodiversiteit

  • Vrijwel alle geproduceerde en verbruikte bio-ethanol in de EU is afkomstig uit granen, geproduceerd op EU-bouwland.
  • Fysieke verandering van het milieu als gevolg van het delven en transporteren van olie heeft een negatief effect op de natuurlijke omgeving die nog groter is dan toevallige olielekken. De belangrijkste gevolgen van olie-exploitatie zijn: ontbossing, vernietiging van ecosystemen, chemische verontreiniging van de bodem en het watermilieu, verlies van biodiversiteit, schade aan de gezondheid van de mens en de verdringing van inheemse gemeenschappen.

De EU heeft een doelstelling: 10% van de brandstoffen dient in 2020 uit biobrandstof te bestaan. Dit zal een zeer beperkte en volkomen aanvaardbare invloed hebben op de natuur.

  • De EG bevestigt dat, indien de teelt van de grondstoffen die nodig zijn om biobrandstoffen te produceren plaatsvindt op een adequate ruimte, het milieueffect beheersbaar is
  • Aan de doelstelling kan worden voldaan zonder gebruik te maken van tropische bossen of andere plekken met een hoge natuurlijke waarde. Daarom zullen de gevolgen nog beperkter zijn.
  • De productie van biobrandstoffen kan een positief effect op de biodiversiteit hebben door de diversificatie van gewassen in intensieve landbouw en door het kweken van gewassen voor bio-ethanol en biodiesel.
  • Verhoogd verbruik van biobrandstoffen zal leiden tot een lager verbruik van aardolieproducten, en dus tot een afname van de enorme gevolgen van het gebruik van fossiele brandstoffen op het milieu.
  • Biobrandstoffen worden beschouwd als een belangrijke bijdrage aan een nieuw, meer gediversifieerd, efficiënt en duurzaam energie- en transportmodel.

Impact op granen

Het effect van het gebruik van biobrandstoffen op de stijging van de prijzen van voeding (granen) is beperkt.

  • In Spanje is 75% van de graanproductie bestemd voor veevoer.
  • Zeventig procent van de landbouwgronden in de wereld wordt gebruikt voor vee. Hetzij voor het weiden van vee, hetzij voor de productie van diervoeders.
  • In de Europese Unie was minder dan 1% van alle graanproductie in 2006 bestemd voor de productie van bio-ethanol.
  • De voedingsindustrie is veruit de voornaamste veroorzaker van de groeiende vraag naar landbouwgrondstoffen wereldwijd.
  • De prijsstijging van graan is te wijten aan een combinatie van factoren: de lage gewasopbrengsten in de EU en andere landen (Oekraïne, Rusland, Australië, Canada), een hogere vraag dan verwacht in opkomende landen (China, India), speculaties op de grondstoffenmarkten, opslag van graan door boeren en handelaars op basis van prognoses van prijsstijgingen, gestegen vrachtkosten en een afname van de hoeveelheid landbouwgrond in de EU
  • De biobrandstofproducerende industrie heeft het grootste belang bij het tot stilstand komen van de prijsstijging van graan. De meeste van productiekosten bestaan uit de aankoop van de landbouwproducten die dienen als grondstof.
  • Biobrandstoffen hebben niets te maken met een stijging van de voedselprijzen of de stijging van de inflatie.
  • De stijging van de energieprijzen heeft een veel grotere impact op de recente stijging van de prijs van het brood, dan de stijging van de graanprijzen zelf.
  • In de EU vormt de kostprijs van granen slechts 5% van de prijs van het brood. Het productieproces (arbeid, energie en kapitaal) vormt een grotere factor.
  • De prijs van brood is de afgelopen jaren gestegen, ondanks de dalende graanprijzen.
  • "Ik sta niet achter de mening van sommige mensen dat de recente belangstelling voor biobrandstoffen een stijging van de graanprijzen tot gevolg heeft. Belangrijker is de daling van de productie van graan in sommige regio's van de wereld, het slechte weer in Europa en de groeiende vraag uit Oost-Azië. " [M. Fischer Boel's Blog, Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie].
  • "De sector biobrandstof begon te groeien toen voedsel- en veevoerprijzen op hun dieptepunten waren. Dit leidt tot de verkeerde conclusie dat de snelle groei van de sector biobrandstof veroorzaker is van de stijging van de graanprijzen. Er is geen direct causaal verband tussen de groeiende vraag naar biobrandstoffen en de prijzen. " [Biomassa, Voedsel- en Duurzaamheid 2007, Louise O. Fresco, Universiteit van Amsterdam, lid van de raad van commissarissen Rabobank Nederland].

Effect op de voedselprijzen

De toekomstige impact van biobrandstoffen op de voedselprijzen is matig (Europese Commissie).

  • De EG heeft erop gewezen dat de doelstelling in 2020 10% van de brandstof uit biobrandstof te laten bestaan, niet zal leiden tot spanningen op de markten voor landbouwproducten en levensmiddelen.
  • De EG schat dat in 2020 dertig procent van de bio-ethanol zal worden verkregen uit ligno-cellulose biomassa, een grondstof die niet wordt gebruikt voor voedsel.
  • De Europese Commissie schat dat in 2010 4,6% van de totale graanproductie bestemd is voor de productie van bio-ethanol.
  • De vermindering of afschaffing van de verplichting van aangesloten landen om onbebouwd land te handhaven, moet de capaciteit creëren om te voldoen aan de toenemende graanvraag en bijdragen aan het indammen van prijsstijgingen.
  • De stijging van de landbouwprijzen geeft een hoger inkomen voor de landbouwers over de gehele wereld, na vele jaren van lage en dalende prijzen.
  • De voor 2020 verwachte productie van granen en suikerbieten in de EU (319,6 miljoen ton) zal meer dan genoeg zijn om de EU-vraag te dekken.
  • De EG schat dat het voldoen aan de 10% doelstelling in 2020 slechts een bescheiden stijging van de prijs van graan in de EU zal creëren.
  • De EG schat dat het effect van deze hogere prijzen van agrarische grondstoffen voor de consument zeer beperkt is, gezien het feit dat de prijs van deze materialen een relatief klein deel van de kosten van het fabriceren van de voedingsproducten vormt.
  • Biobrandstoffen geproduceerd uit autochtone grondstoffen zijn een kans voor de de voedingsindustrie en de continuïteit van de energievoorziening voor ontwikkelingslanden [UNIDO's strategie voor biobrandstoffen; FAO, Project bio-energie en voedingswaarde veiligheid].
  • De stijging van de wereldhandel in landbouwproducten die kan voortvloeien uit de groeiende vraag naar biobrandstoffen, kan een aanzienlijke toename betekenen van het inkomen van de landelijke gemeenschappen in ontwikkelingslanden [Worldwatch Institute, biobrandstoffen voor het vervoer].
  • Het EU-besluit om een deel - tussen 10% en 30% - van de biobrandstoffen in 2020 via invoer uit ontwikkelingslanden te verkrijgen, schept een economische kans voor die ontwikkelingslanden.

Invloed op de beschikbaarheid en het gebruik van grond

De EG is van mening dat in geen geval, noch in Europa noch elders in de wereld, een gebrek aan grond zal ontstaan. Er is voldoende bouwland om de ontwikkeling van biobrandstoffen mogelijk te maken, zonder dat de voedingsbehoefte in gevaar komt.

  • De EG schat dat voldoen aan de doelstelling van 10% biobrandstoffen in 2020 een relatief bescheiden effect zal hebben op het gebruik van grond, waarbij de bezettingsgraad 17,5 miljoen hectare is, waarvan 15,3% van de oppervlakte bouwland vertegenwoordigt in de EU-27 [CE, De impact van minimaal 10%].
  • De EG schat dat 11,3% van het bouwland wordt gewijd aan het bereiken van de 10% bio-ethanol doel in 2020. Vandaag de dag is dit percentage 1% [CE, De impact van minimaal 10%].
  • De EC verwacht dat de 10% bio-ethanol doelstelling zal worden bereikt zonder een significante toename in de intensiteit en productie en zonder een toevlucht te nemen tot meststoffen en bestrijdingsmiddelen die gebruikelijk waren in de vorige eeuw tot het einde van de jaren '80 [CE, De impact van minimaal 10%].
  • De EC verwacht dat de EU-landbouwopbrengst matig zal toenemen, gemiddeld 1% -2% per jaar, en dat de hogere gewasopbrengst en graan beschikbaar is voor bio-ethanol [CE, De impact van minimaal 10%].
  • De EG schat dat de productie van tweede generatie bio-ethanol ons in staat zal stellen te profiteren van afvalstoffen en cellulosehoudende biomassa (specifieke plantaardige stof) die tot nu toe nooit gebruikt werden. Waardoor de energieopbrengst vergroot wordt [CE, De impact van een minimaal 10%]."

Impact op de voedselmarkt

  • De spectaculaire groei van biobrandstoffen in de VS leidde tot speculaties over het extra graan dat nodig is om ethanol te produceren, gezien het feit dat dit zou worden afgeleid uit de export. Dit scenario heeft niet plaatsgevonden. In plaats van in te storten, is de Amerikaanse maïsexport toegenomen. Verhoging van de productie en hogere opbrengsten hebben ervoor gezorgd dat de Amerikaanse industrie aan de groeiende vraag naar ethanol, zowel nationaal als voor de exportmarkt, kan voldoen.
  • De toenemende vraag naar ethanol en maïs heeft tot de vraag geleid of de maïsproductie wel kan blijven stijgen. Dat kan. Sterker nog, de boeren reageerden in 2007 met de aanplant van de grootste hoeveelheid graan sinds de Tweede Wereldoorlog. Bovendien worden verschillende korenrassen met een hogere opbrengst ontwikkeld. Als de doelstellingen worden bereikt en prognoses uitkomen, zal de productie van maïs, gebruikt voor de productie van ethanol, de vraag overtreffen. De gemiddelde opbrengst van graan is verdubbeld in de afgelopen 30 jaar. Biotechnologie en onderzoeken kunnen leiden tot een vergelijkbare vooruitgang in de komende 25 jaar. De gemiddelde opbrengst van graan in de Verenigde Staten zal 300 bushels per acre worden. Het dubbele van vandaag de dag.
  • Sommige analyses van de impact van landgebruik nemen aan dat voor elke hectare van het terrein bestemd voor gewassen voor biobrandstof, een ander hectare van het terrein moeten worden genomen voor de productie in andere delen van de wereld. Deze veronderstelling is onjuist om verschillende redenen: Het houdt geen rekening met de waarde van coproducten, rijk aan eiwitten, geproduceerd in bioraffinaderijen vandaag.
  • De National Corn Growers Association is bezig met biotechnologie die ervoor zorgt dat in 2015 in de VS 5950 miljard bushels maïs beschikbaar is voor de ethanolindustrie - nadat is voldaan aan de menselijke en dierlijke voedingsbehoeften en de exportvraag. Deze hoeveelheid levert bijna 18 biljoen liter ethanol, genoeg om meer dan 10 procent van de geraamde Amerikaanse vraag naar benzine te dekken.
  • Van de 14 miljoen hectare nieuw aangeplante maïs in 2008 was 60 procent soja, dat voor 97 procent was bestemd voor veevoer. Door DGS (Distillers’ grains en solubles) bijproducten is slechts een fractie van een hectare soja nodig om een hectare te vervangen voor graan. De meeste maïsteelt in 2008 vindt plaats op grond die over vele generaties is gebruikt voor de maïsproductie.
  • Het is een mythe dat biobrandstoffen gaan concurreren met de voedselproductie. Vandaag de dag zijn de belangrijkste producenten van levensmiddelen de ontwikkelde landen met sterke agrarische subsidieprogramma's. In ontwikkelingslanden gaat, met enkele uitzonderingen, grootschalige voedselproductie niet plaatsvinden. Deze landen kunnen eenvoudigweg niet concurreren met landen die overvloedige landbouwsubsidies hebben. Het is meer rendabel om producten die ontwikkelingslanden produceren tegen gesubsidieerde prijzen in te voeren, dan om ze lokaal te produceren.

Impact op ontbossing

  • Peter Zuurbier, universitair hoofddocent Picacicaba, verklaarde de ontbossing van zeer dicht bij de Amazone. Hij beschrijft wat er daadwerkelijk plaatsvindt: groepen en goedgeorganiseerde bedrijven met dubieuze rechten op de grond begonnen enorme uitgestrekte hoeveelheden bos om te hakken voor de houtmarkt. Illegaal of legaal. Deze stroken bos zijn vervolgens leeg en verlaten en eigenaren van vee verplaatsen zich in de richting van deze goedkopere gebieden. Na drie of vier jaar grazen, zonder te bemesten, raakt de bodem onbruikbaar, waarop de veehouders zich verplaatsen. Sojaboeren echter, bevruchten het land voor de productie van soja. [‘geen land vrijgegeven voor biobrandstoffen’ Blog van BIO (Biotechnology Industry Organization].
  • Tussen 2004 en 2006, een periode van enorme groei van de Braziliaanse productie van biobrandstoffen, verminderde ontbossing in het Amazonegebied met 52 procent. De grote suikerrietplantages liggen minimaal 1.000 kilometer van het Amazonegebied, waar suikerbiet door de hoge luchtvochtigheid niet kan groeien. Biobrandstoffen kunnen bijdragen tot een vermindering van de CO2-uitstoot door het gebruik van gedegradeerd land. In Brazilië wordt minder dan 10 procent van alle landbouwgrond gebruikt voor de teelt van suikerriet.

Impact op het waterverbruik

  • Er is veel kritiek op de hoeveelheid water die gebruikt wordt om maïs en ethanol te produceren. Anti-ethanol groeperingen wijzen erop dat er drie liter water nodig is om een liter ethanol te produceren. Wat de critici niet noemen, volgens Jon Holzfaster van Paxton, voorzitter van de Commissie-Nebraska Corn, is dat er 94 liter water nodig is om een liter benzine te produceren. Ter vergelijking: voor het maken van een gemiddelde zondagskrant is 150 liter water nodig.

Sociale verantwoordelijkheid

  • De productie van biobrandstoffen is een kans om aan de groeiende wereldwijde vraag naar energie te voldoen. Het is een kans voor het milieu, omdat de koolstofbalans neutraal is. Het is een kans voor ontwikkelingslanden als Brazilië om inkomsten en werkgelegenheid creëren. En het is een kans voor ontwikkelingslanden om het terugdringen van milieueffecten te verwezenlijken.
  • Joseph Schmidhuber, Senior Economist, ministerie van Landbouw Ontwikkeling en Economie, verklaarde dat als het goed wordt beheerd, bio-energie een "renaissance" in de landbouw van een aantal ontwikkelingslanden kan betekenen.
  • Volgens een analyse van onderzoekers aan de Universiteit van Tennessee, zorgt de verhoogde vraag naar energiegewassen voor afschaffing van de noodzaak van subsidies - met voordelen voor de telers van de voornaamste gewassen in ontwikkelingslanden. Een agressief programma van de ontwikkeling van biobrandstoffen kan leiden tot vermindering van de overheidssteun aan landbouwers, zonder enige vorm van verlies van inkomen.
  • In de geïndustrialiseerde wereld is overproductie, niet schaarste, het probleem van de landbouw. Overschotten worden verkocht aan derden, en maken boeren in ontwikkelingslanden armer, omdat zij niet kunnen concurreren met buitenlandse gesubsidieerde gewassen.
  • Bio-energie kan voldoen aan de prioriteiten van de rijkste landen van de wereld (het veiligstellen van de energievoorziening en de bestrijding van klimaatverandering) en aan die van de verarmde landen (toegang tot energie, het genereren van inkomen en het openen van nieuwe markten).

 


Pactor

© 2012 Pactor - Powered by Internetbureau ezCompany

Zoek